Intracommunautaire leveringen van goederen zijn vrijgesteld van btw wanneer drie voorwaarden vervuld zijn:
1. De koper heeft een geldig btw-nummer in een andere lidstaat;
2. De goederen moeten België verlaten met als bestemming een andere lidstaat;
3. Het vervoer gebeurt door of voor rekening van de verkoper of de koper.
Wat de tweede voorwaarde betreft, stelt het KB nr. 52 dat de verkoper te allen tijde in het bezit moet zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt. Hij moet ze op ieder verzoek aan de fiscus kunnen voorleggen. Die stukken zijn onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken.
Het Hof van Cassatie heeft recent bevestigd dat deze opsomming niet limitatief is. In casu had een Belgische btw-plichtige een auto geleverd aan een Luxemburgse btw-plichtige, die de wagen twee dagen na ontvangst reeds had ingeschreven in Luxemburg. Uit het zogenaamde ‘certificat d’immatriculation’ bleek dat de wagen voorheen ingeschreven was in een ‘ander land’ en dit werd als een voldoende bewijs van het grensoverschrijdende vervoer aanvaard.
Het grote belang van dit arrest is dat het grensoverschrijdende vervoer niet alleen aan de hand van ‘de contracten, de bestelbons, de vervoersdocumenten en de betalingsstukken’, maar ook met andere documenten kan worden bewezen.
Hans Philips
hans.philips@vhg.be
