De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) heeft onlangs een advies gepubliceerd over de boekhoudkundige verwerking van de btw-eenheid in hoofde van de leden (CBN-advies 2010-13 dd. 8 september 2010)
Btw-eenheid
Met ingang van 1 april 2007 voerde België de btw-eenheid in.
Dit stelsel laat toe in België gevestigde rechtspersonen, die juridisch onafhankelijk zijn, maar op financieel, economisch en organisatorisch vlak nauw met elkaar zijn verbonden, voor de toepassing van de btw als één belastingplichtige te beschouwen.
De btw-eenheid treedt op als btw-plichtige, en dus niet langer ieder lid afzonderlijk. De leden duiden één van hen aan om in hun naam en voor hun rekening de rechten en verplichtingen van de btw-eenheid uit te oefenen. Dit lid wordt de ‘vertegenwoordiger’ van de btw-eenheid
genoemd.
Eén belastingplichtige, één btw-aangifte
De btw-eenheid wordt aangemerkt als één belastingplichtige en als dusdanig geïdentificeerd onder een uniek btw-nummer. Zij moet een ‘gezamenlijke’ periodieke btw-aangifte indienen voor al de handelingen van de leden. Ook het opmaken van de btw-rekening-courant en van eventueel bijzondere rekeningen, gebeurt enkel op naam van de btw-eenheid, en niet meer op naam van de leden afzonderlijk.
De btw-aangifte wordt door de vertegenwoordiger van de btw-eenheid ingediend onder het btw-identificatienummer. Op basis van de boekhoudingen van de diverse leden, moet de vertegenwoordiger een gecentraliseerde btw-boekhouding bijhouden die hem toelaat de btw-aangifte op het niveau van de btw-eenheid correct in te vullen. Deze aangifte omvat het totaal van de handelingen van alle leden. Zo wordt voor de btw-eenheid één periodieke btw-aangifte ingediend per aangifteperiode.
Boekhoudkundige verwerking van de btw-schulden en -vorderingen in hoofde van de leden van de btw-eenheid
Aan de Commissie werd de vraag gesteld hoe de terug te vorderen en verschuldigde btw in de boekhouding van de leden van de btw-eenheid moeten worden verwerkt.
De btw-eenheid wordt zowel vanuit het oogpunt van de goederen en diensten die door derden worden geleverd, als vanuit het oogpunt van de leveringen voor derden, als één belastingplichtige beschouwd.
Interne handelingen
De leveringen van goederen en diensten tussen de leden onderling vallen buiten het toepassingsgebied van de btw. Bij de boekhoudkundige verwerking moeten dus geen btw-rekeningen worden gebruikt.
Voorbeeld
Lid A verkoopt handelsgoederen aan lid B voor € 1.000
(excl. btw).
> Boekhoudkundige verwerking bij lid A:
400 Handelsdebiteuren 1.000,00
aan 700 Verkopen en dienstprestaties 1.000,00
> Boekhoudkundige verwerking bij lid B:
604 Aankopen van handelsgoederen 1.000,00
aan 440 Leveranciers 1.000,00
Externe handelingen
De leveringen door derden van goederen en diensten aan een lid, gebeuren voor de toepassing van de btw, aan de btw-eenheid. In hoofde van het lid ontstaat op het moment van de btw-aangifte een vordering op de vertegenwoordiger van de btw-eenheid. Totdat de aangifte wordt ingediend, moet deze vordering op een wachtrekening worden geboekt.
Voorbeeld
Lid A koopt handelsgoederen aan bij X voor € 1.000 (excl. 21% btw). Lid A dient de volgende boeking te verrichten.
604 Aankopen van handelsgoederen 1.000,00
499 Wachtrekeningen 210,00
aan 440 Leveranciers 1.210,00
De levering van goederen en diensten gedaan door elk lid, worden geacht door de btw-eenheid te zijn verwezenlijkt. In hoofde van het lid ontstaat op het moment van de btw-aangifte een schuld ten aanzien van de vertegenwoordiger van de btw-eenheid. Totdat de aangifte wordt ingediend, moet deze schuld op een wachtrekening worden geboekt.
Voorbeeld
Lid B verkoopt handelsgoederen aan X voor € 2.000 (excl. 21% btw).
400 Handelsdebiteuren 2.420,00
aan 700 Verkopen en dienstprestaties 2.000,00
aan 499 Wachtrekeningen 420,00
Moment btw-aangifte
Bij indiening van de btw-aangifte door de vertegenwoordiger van de btw-eenheid, ontstaat in zijn hoofde een definitieve vordering of schuld ten opzichte van de Staat. Op datzelfde moment ontstaat bij elk lid een vordering of schuld ten opzichte van de vertegenwoordiger van de btw-eenheid.
In het voorbeeld heeft lid A, na saldering van de wachtrekeningen, een vordering van € 210 ten opzichte van de vertegenwoordiger van de btw-eenheid, omdat deze de btw terugvordert van de Staat. Omgekeerd: lid B heeft, na saldering van de wachtrekeningen, een schuld van € 420 bij de vertegenwoordiger van de btw-eenheid, omdat de vertegenwoordiger de btw moet storten aan de Staat.
Dit geeft aanleiding tot de volgende boekingen:
> In hoofde van lid A:
411 Terug te vorderen btw 210,00
(ten aanzien van de vertegenwoordiger)
aan 499 Wachtrekeningen 210,00
> In hoofde van lid B:
499 Wachtrekeningen 420,00
aan 451 Te betalen btw 420,00
(ten aanzien van de vertegenwoordiger)
In hoofde van de vertegenwoordiger van de btw-eenheid geeft dit aanleiding tot de volgende boeking:
41 Overige vorderingen btw-eenheid 420,00
(ten aanzien van lid B)
aan 451 Te betalen btw 210,00
aan 48 Diverse schulden btw-eenheid 210,00
(ten aanzien van lid A)
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor schulden van de btw-eenheid
De leden van de btw-eenheid zijn ten opzichte van de Staat hoofdelijk gehouden tot de voldoening van de btw, de intresten, de geldboeten en de kosten die opeisbaar zijn ingevolge de handelingen van de leden. Elk lid moet dus, gelet op de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schulden van de btw-eenheid, in zijn toelichting vermelden dat hij lid is van een btw-eenheid.
Roland Snoeks
roland.snoeks@vhg.be
