Als belegging, als verfraaiing van de ondernemingslokalen, en natuurlijk als beroepsdoeleinden. Bedrijven kunnen om verschillende redenen goud en kunst kopen. Maar hoe verwerkt u die aankopen boekhoudkundig? Gaat het om vaste of vlottende activa? En hoe zit het met de zogenaamde Vierde Richtlijn? U krijgt hier de antwoorden.
CBN-advies
De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN), heeft een advies uitgebracht over de boekhoudkundige verwerking van de aankoop van goud en kunstwerken (CBN-advies 2011/6 van 16 maart 2011).
Het advies gaat in op de vraag onder welke rubriek de ondernemingen deze actiefbestanddelen moeten boeken en hoe de waardering moet gebeuren.
Het Belgische wettelijke schema van de balans, opgenomen in het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen, splitst de activa op in vaste activa en vlottende activa. Er wordt echter in het K.B. W.Venn. geen verdere omschrijving gegeven van deze categorieën.
Vierde Richtlijn
Daarom wordt teruggegrepen naar de Vierde Richtlijn, die bepaalt dat vermogensbestanddelen op grond van hun bestemming, worden ingedeeld bij vaste of vlottende activa. Slechts wanneer zij bestemd zijn om duurzaam voor de bedrijfsuitoefening te worden gebruikt, zullen vermogensbestanddelen ingedeeld worden bij de vaste activa.
Dit betekent voor de Commissie dat moet worden uitgegaan van de achterliggende beweegreden om de aankoop van goud of kunstwerken te boeken onder de vaste activa (overige materiële vaste activa), dan wel onder de vlottende activa (voorraden of geldbeleggingen). Dit zal bovendien gevolgen met zich meebrengen voor de toepasselijke waarderingsregels.
Aankoop goud: welke post in de boekhouding?
A. Opname onder de vlottende activa
Uit de eerder vermelde bepalingen van de Vierde Richtlijn leiden we af dat de aankoop van goud wordt opgenomen onder de vlottende activa, wanneer dit goud wordt aangekocht zonder de bedoeling het duurzaam voor de bedrijfsuitoefening te gebruiken.
Twee mogelijkheden doen zich voor:
1. Voorraden
Wanneer de aankoop, de eventuele verwerking en vervolgens de verkoop van goud het bedrijf van de onderneming uitmaken, is het aangewezen de aankopen van goud te verwerken als voorraadaankopen (rekening 60 van het algemeen rekeningstelsel: Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen).
Zowel grond- en hulpstoffen, als handelsgoederen worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde of tegen de marktwaarde op balansdatum, als die lager is (principe lower of cost or market).
De aanschaffingswaarde wordt hier uitgedrukt door de aanschaffingsprijs, nl. de aankoopprijs, vermeerderd met bijkomende kosten (bv. vervoer, niet-terugbetaalbare belastingen, …). Onder marktprijs verstaat men hier de prijs op de aankoopmarkt.
2. Geldbeleggingen
Indien daarentegen een onderneming haar overtollige liquiditeiten aanwendt voor de aankoop van goud, in de hoop dit op korte of middellange termijn opnieuw te verkopen met het oog op de realisatie van een meerwaarde, beantwoordt deze aankoop eerder aan de definitie van geldbeleggingen. Beleggingen in goud kunnen dan worden opgenomen in rubriek VIII.B Overige beleggingen van de balans.
Aangezien goudbeleggingen geen periodieke opbrengsten genereren, worden zij bij voorkeur geboekt op een subrekening van rubriek 51 Aandelen.
Geldbeleggingen zijn aan specifieke waarderingsregels onderhevig.
Beleggingsgoederen of effecten, opgenomen onder de geldbeleggingen, worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde. Bijkomende kosten van aanwerving moeten niet bij de aankoopprijs gevoegd worden, maar mogen ten laste worden genomen van de resultatenrekening van het boekjaar.
Waardeverminderingen worden toegepast wanneer de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde. De waardeverminderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.
Aangezien het K.B. W.Venn. de herwaardering van geldbeleggingen niet toelaat, is elke boeking van herwaarderingsmeerwaarden op goudbeleggingen uitgesloten.
B. Opname onder de vaste activa
De Commissie is van mening dat de aankoop van goud in de regel niet kan worden geactiveerd als materieel vast actief.
Aankoop van kunstwerken: als voorraad, belegging of decoratie?
A. Opname onder de vlottende activa
1. Voorraden
Schilderijen en andere materiële kunstvoorwerpen die door kunsthandelaars worden aangekocht, maken in principe deel uit van hun voorraad handelsgoederen. Dit zijn immers materiële goederen die door de onderneming zijn ingekocht om zonder bewerking of na slechts een lichte bewerking te worden verkocht.
Ook wanneer een kunstwerk in afwachting van de definitieve verkoop wordt verhuurd, blijft het geboekt onder voorraden.
De waardering gebeurt volgens de gangbare regels van de voorraadwaardering.
2. Geldbeleggingen
Wanneer kunstwerken echter door de onderneming worden aangekocht als zuivere belegging, d.i. om op korte of middellange termijn te worden verkocht met de bedoeling een meerwaarde te realiseren, acht de Commissie een opname onder de geldbeleggingen aangewezen, op voorwaarde dat voor deze kunstwerken een liquide markt bestaat.
De waarderingregels zijn deze die gelden voor de geldbeleggingen.
B. Opname onder de vaste activa
Wanneer een onderneming kunstwerken aankoopt met de bedoeling deze werken duurzaam in de onderneming te houden, bijvoorbeeld als decoratie in haar ondernemingslokalen, beschouwt de Commissie dit als een investering in materiële vaste activa. Ook kunstwerken die worden aangekocht als belegging, maar waarvoor geen liquide markt bestaat, en kunstwerken die duurzaam worden aangewend om te verhuren, behoren volgens de Commissie tot de materiële vaste activa. Omdat deze kunstwerken niet rechtstreeks nodig zijn voor de bedrijfsuitoefening, worden zij onder de rubriek III.E Overige materiële vaste activa opgenomen.
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs en voor dat bedrag in de balans opgenomen, onder aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen. Wat betreft kunstwerken wordt doorgaans aangenomen dat zij een onbeperkte economische levensduur hebben. Bijgevolg worden zij niet afgeschreven.
Bij duurzame minderwaarde of ontwaarding wordt wel tot waardevermindering overgegaan.
Materiële vaste activa mogen geherwaardeerd worden wanneer de waarde van deze activa, bepaald in functie van hun nut voor de vennootschap, op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Aangezien kunstwerken geen activa zijn, nodig voor de voortzetting van het bedrijf, mag de meerwaarde tot uitdrukking gebracht worden zonder rekening te houden met de algemene rentabiliteitsvoorwaarde.
Roland Snoeks
roland.snoeks@vhg.be
