Vanaf 1 januari 2011 moet de btw-aftrek voor bedrijfsmiddelen die ook privé worden gebruikt onmiddellijk worden beperkt. De nieuwe regel is vooral bedoeld om het gemengd gebruik van gebouwen aan te pakken. Maar zij geldt ook voor roerende bedrijfsmiddelen en voor de ‘gelijkgestelde diensten’. Het privégebruik moet dan niet meer met btw worden belast.
De combinatie van beide regels is evenwel nog niet geheel duidelijk, vooral niet als het om bedrijfswagens gaat.
Exit Seeling-doctrine
Een aantal jaren geleden had het Hof van Justitie in de zaak ‘Seeling’ beslist hoe men moest omgaan met gemengd gebruikte gebouwen.
De conclusie was dat de btw m.b.t. een bedrijfsmiddel dat deels bestemd was voor beroepsgebruik en deels voor privégebruik onmiddellijk en volledig in aftrek mocht worden gebracht. De afgetrokken btw moest dan achteraf worden gecorrigeerd.
Het privégebruik werd gelijkgesteld met een dienst én aan btw onderworpen.
Zo kreeg men een onmiddellijke en volledige aftrek van de btw, die pas geleidelijk aan werd gecorrigeerd door het privégebruik met btw te belasten. Dit leverde de belastingplichtige natuurlijk een groot financieringsvoordeel op.
De Belgische wetgever had al eerdere pogingen ondernomen om dit systeem de pas af te snijden, maar het is pas het nieuwe artikel 45, §1 quinquies W. BTW - dat er trouwens gekomen is op Europees initiatief - dat nu definitief komaf maakt met de Seeling-doctrine.
Onmiddellijke beperking
Vanaf 1 januari 2011 wordt de aftrek van de voorbelasting onmiddellijk beperkt en zal de belastingplichtige slechts dat gedeelte in aftrek kunnen brengen dat betrekking heeft op het deel gebruikt voor zijn economische activiteit. Ten belope van het privégedeelte is dus geen btw meer aftrekbaar en dit geeft logischerwijs ook geen aanleiding meer tot het belasten van een gelijkgestelde dienst. Indien er uit het privégebruik een voordeel van alle aard voortvloeit, zal er op dit voordeel geen btw meer aangerekend worden. Het is dus een kwestie van de juiste verdeelsleutel te hanteren. Wijzigt die achteraf, dan geeft dit aanleiding tot een herziening van de btw op het betreffende bedrijfsmiddel.
Overgangsmaatregel of niet?
De wet zegt niets over hoe de overgang van de ‘oude’ naar de ‘nieuwe’ regeling moet gebeuren.
Zal er nog verder btw moeten worden betaald op de voordelen van alle aard die voortvloeien uit het privégebruik van bedrijfsmiddelen die onder de oude regeling met volledig recht op aftrek werden aangeschaft? Dat is vooralsnog onduidelijk.
De fiscus heeft alvast aangekondigd de nieuwe regeling binnenkort uitvoeriger te becommentariëren.
Hoe zit het met bedrijfswagens?
Bedrijfswagens zijn onderworpen aan een aftrekbeperking van 50%. Tot op vandaag was het voordeel van alle aard dat voortvloeide uit het privégebruik van wagens onderworpen aan btw.
Voor de toekomst heerst er ook hier nog onduidelijkheid over welke regeling er zal worden toegepast.
Enerzijds is er immers de 50% aftrekbeperking en anderzijds is er de nieuwe aftrekbeperking ten belope van het beroepsgedeelte. Over de samenloop van deze twee aftrekbeperkingen heerst nog veel onduidelijkheid en ook hier is het wachten op de nieuwe circulaire. Wordt vervolgd dus.
Hans Philips
hans.philips@vhg.be
